Theatermaakster en Oerol pionier Judith Oost heeft festivaleiland Terschelling
verlaten. Ze verhuisde naar de vaste wal en vestigde zich in Kimswerd, in een oude
boterfabriek. Anne van Slageren geeft met de FryslânDOK Stoomboterland een inkijkje
in het muzikale en absurdistische universum, het stoomboterland van zijn nicht Judith
Oost.
Het creëren van een eigen wereld
We maken kennis met een vrouw die leeft in en voor haar werk. Werk waar het draait om
fantasie, het creëren van een eigen wereld, thuis en op het podium. Eerder was dat het eiland
Terschelling, waar ze met theatergezelschap Barrevoet locatievoorstellingen maakte. Ze werd
geïnspireerd door de stijl van Derevo, een Russisch gezelschap dat ook aan de wieg van Oerol
stond. Weinig tekst, beweging en vormgeving vertellen het verhaal.
Na het overlijden van haar vader Gert Oost, een bekend organist en componist, is het musiceren
steeds belangrijker geworden voor Judith. Het afgelopen jaar trok ze met haar cello langs Friese
kerken met de voorstelling O Cielo. Ze lijkt zo de verbinding met haar vader vorm te geven, door
het orgel in deze concerten te integreren. Een van de stukken op het repertoire is de Caprice,
geschreven door haar vader. Gert Oost componeerde dit stuk voor orgel en cello, een unicum.
Het leven door een absurdistische bril
Wat Judith Oost ook doet, er zit altijd een speels element in. Ze beschouwt het leven door een
absurdistische bril. “Dat vind ik belangrijk, het houdt je gezond.” Met de publiciteit zoeken voor
haar eigen werk heeft ze niet zoveel op, met een eigen werkelijkheid creëren in haar
stoomboterfabriek des te meer. Zo zegt ze met de directie van de fabriek te streven naar
“nationale onbekendheid”. Dat is met het uitkomen van deze FryslânDOK dan even mislukt. Een
gelukkige uitzondering, die volledig op het conto staat van haar neef Anne van Slageren.
‘Stoomboterland’ was te zien op NPO2 op zaterdag 16 en 16 maart 2025 en op 16 maart bij Omrop Fryslân.
Hear my Song
DOC NOORD
Het wordt deze vogel, die in Groningen nu nog veelvuldig voorkomt, steeds lastiger gemaakt om zijn jongen levend de wereld in te krijgen. De veldleeuwerik bouwt zijn nest het liefst als een holletje in het grasland. Daar heeft hij zo’n zes tot zeven weken nodig tot de jongen het nest kunnen verlaten. Maar het gras wordt tegenwoordig steeds sneller en eerder gemaaid om zoveel mogelijk voer voor de koeien en daarmee goedkope liters melk te produceren. En zo wordt het voortbestaan van de veldleeuwerik bepaald door economische factoren.
In Hear my song zien we de veldleeuwerik in volle glorie zingen in zijn vlucht, broeden en jongen voeren met dank aan de bijzondere beelden van natuurfilmer Ruurd Jelle van der Leij. Hierover heen klinkt de muziek van Ede Staal. Hij geeft met zijn Engelstalige en een aantal minder bekende nummers de vogel een stem. Regisseur Anne van Slageren gaat met Henk Jan Ottens van het kenniscentrum Akkervogels het veld in, hij leert ons al zoekende de vogel kennen. Ottens gaat in gesprek met boer Jan Pieter van Tilburg in Hellum die de vogel op zijn land een kans wil geven. Wat is daar voor nodig en is dat haalbaar? Terwijl de veldleeuwerik afhankelijk is van wat wij mensen doen zingt hij zijn lied, zolang het nog kan.
Met hout en ziel
Fyslân DOK
De bouwers in Makkum worden door de meester niet opgeleid als “gezel”. Wat is dan wel hun motivatie om aan een viool te beginnen? In de FryslânDOK ‘Met hout en ziel’ zien we bij drie vioolbouwers wat het hen brengt, naast de viool. De deelnemers hebben allemaal een eigen persoonlijk motief om een viool te bouwen. Zo is Carmen, een jonge vrouw, nog zoekende naar wat ze wil in het werkende leven. Ze werkt met hoofd, hart en handen aan het levende materiaal, wat hout voor haar is. Ze wil de wereld ontdekken. Daar hoort het bouwen van de viool bij. Een instrument met een eigen ziel.
Karin heeft een carrièreswitch gemaakt naar het vak van houtbewerker. In haar eigen houtwerkplaats werkt ze met machines, maar hier in Makkum gaat alles met de hand. Karin leert preciezer om te gaan met het hout en traint haar geduld. Voor haar staat het proces centraal en niet het eindproduct, al neemt leermeester Dirk Jacob geen genoegen met half werk.
Henk was beroepsviolist bij het Concertgebouworkest. Nu is hij met pensioen en wil hij het mysterie van de klank van het instrument ontrafelen. Voor leermeester Dirk Jacob gaat het erom dat net als in de oude Italiaanse ateliers het bespelen van het instrument onderdeel uitmaakt van het bouwproces. Zo gaat hij met Henk als bouwer en speler aan de slag, om al schrapend oneffenheden in de dikte van het hout aan te brengen, totdat de ideale klank gevonden is.
Van het nest af
Fyslân DOK
Voor een studie aan de universiteit of het HBO verlaten veel Friese jongeren de provincie. Maar eenmaal ‘om utens’ besluit een kleine groep zich aan te sluiten bij een Friese studentenvereniging. Waarom doen ze dat, vroeg de Groninger filmmaker Anne van Slageren zich af. Hij zocht Friese studenten op in drie steden. De FryslânDOK ‘Van het nest’ was in april 2023 te zien bij NPO2 en Omrop Fryslân.
Vroeger waren het er meer, maar nu zijn er nog drie Friese studentenverenigingen in Nederland: Aldgillis in Delft, Bernlef in Groningen en WSSFS in Wageningen. Opgeteld een paar honderd jongeren met Friese roots zijn er lid van. Ze verlieten Friesland, maar sluiten zich toch aan bij een Friese studentenvereniging. Anne van Slageren, in zijn eigen stad Groningen bekend met Bernlef, vroeg zich af wat hen beweegt. Is het bepalend voor hun ontwikkeling, is het de taal, hebben ze heimwee? Is het een vorm van nationalisme, of zijn en worden ze juist vooruitstrevend in hun aanpak en mentaliteit? Daarin gevoed door een identiteit van meerdere lagen, hun provinciale achtergrond en de globaliserende wereld waar ze deel van uitmaken.
Van Slageren ging voor FryslânDOK naar het Kerstcongres in Franeker, een jaarlijkse ontmoeting van de Friese studentenverenigingen. In de film volgt hij drie studenten uit Delft, Groningen en Wageningen. Ook sprak hij emeritus-hoogleraar Friese taal en letterkunde Goffe Jensma. In ‘Van het nest’ wordt de kijker meegenomen in het leven van de jonge ‘wrâldpiken’ – althans, zo omschrijft één van de studenten zichzelf met een knipoog naar de ‘Wâldpiken’, de inwoners van de Friese Wouden.
FryslânDOK ‘Van het nest’
De Friese konsul van de Molukken
Fryslân DOK
Karel Wielenga zat in de trein die eind 1975 bij Wijster gekaapt werd door Molukkers. Na zijn bevrijding wilde hij weten wat deze jongens had bewogen zoiets verschrikkelijks te doen. De FryslânDOK ‘De Friese consul van de Molukken’ was te zien op 23 april 2022 bij NPO2 en op 24 april bij Omrop Fryslân.
Karel Wielenga ging nooit per trein. Maar voor een zakenreis met collega’s op 2 december 1975 wel, zodat ze konden vergaderen onderweg. Nadat de trein tussen Hoogeveen en Beilen met de noodrem tot stilstand kwam, stormde een gewapende Molukker de coupé binnen. Karel Wielenga probeerde hem het geweer afhandig te maken, dat afging met een schot door de vloer. Toen bleek dat nog zes kapers waren, liet Wielenga het geweer los en legde zijn handen in de nek. Hij werd vastgebonden op de stoel van de machinist. In de film vertelt hij hoe hij zijn executie wist te voorkomen.
Drie mensen, de machinist en twee passagiers, werden bij de gijzeling doodgeschoten. Twaalf dagen later gaven de kapers zich over en werd Karel Wielenga bevrijd. Hij wilde begrijpen wat deze zeven jonge mannen had bewogen. Samen met zijn vrouw zocht hij de ouders op en hij kreeg begrip voor de woede achter de actie. Wielenga ging zich inzetten voor de Molukse zaak en de herdenking van de drie Nederlandse slachtoffers. ‘De Friese consul van de Molukken’ vertelt het verhaal van een man die, tegen de achtergrond van een ingewikkelde koloniale geschiedenis, probeert als een verbinder tussen het Nederlandse en het Molukse volk te staan.
Waarom niet naar Wyldemerk?
Fyslân DOK i.s.m. Stichting Beeldlijn Groningen
De meeste Molukkers die in de jaren vijftig naar Nederland kwamen, waren christelijk. Voor de moslimfamilies werd in Zuidwest Friesland een eigen kamp opgericht: Wyldemerk. Maar het moslimgezin Manuputty wilde daar niet naar toe en bleef achter in Drenthe. Nikki Manuputty (1989) probeert de invloed van die beslissing een plek te geven in haar leven, en in dat van haar vader en grootouders. De FryslânDOK ‘Waarom niet naar Wyldemerk?’ ging in première op het Noorderlijk filmfestival in 2021 en was daarna in december te zien bij NPO2 en Omrop Fryslân.
De vader van Nikki Manuputty groeide als kind op in het Molukse kamp Schattenberg, beter bekend als het voormalig kamp Westerbork in Drenthe. Zijn vader was met duizenden anderen als voormalig KNIL-militair naar Nederland gekomen. In het kamp behoorde het gezin tot de moslimminderheid. Toen er voor deze groep het kamp ‘Wyldemerk’ in Zuidwest Friesland werd opgericht, wilde Nikki’s grootvader beslist niet mee. Hij bleef als enige moslim met zijn gezin in Schattenberg.
Voor Nikki, kind van de volgende generatie, heeft die beslissing gevolgen. Ze probeert te achterhalen waarom haar grootvader niet meeging naar Wyldemerk. Ze wil weten of haar eigen gevoelens van uitsluiting en ‘er niet bij horen’ hier vandaan komen.
Denk het onmogelijke
Fyslân DOK
De in Leeuwarden geboren Pieter Kooistra was niet alleen kunstenaar maar ook wereldverbeteraar. Hij richtte de Kunstuitleen op en bedacht het basisinkomen. Met de Fryslân DOK ‘Denk het onmogelijke’ schetst documentairemaker Anne van Slageren een portret van Pieter Kooistra. De ideeën die hij eind vorige eeuw ontwikkelde, zijn ook nu actueel. De FryslânDOK ‘Denk het onmogelijke’ was in oktober 2020 te zien bij NPO2 en Omrop Fryslân.
‘Wees realistisch. Denk het onmogelijke.’ Het zijn de woorden van kunstenaar Pieter Kooistra (1922-1998). Hij wilde de ongelijke verdeling van de welvaart in de wereld en de vernietiging van de planeet een halt toeroepen. ‘Hij was een visionair,’ zo stelt Annemieke Roobeek, hoogleraar aan de Nyenrode Business Universiteit. Na het zien van beelden van hongerende kinderen in India begreep Pieter Kooistra dat kunst, dat hij omschrijft als het ‘geestelijke’, niet zonder ‘het materiële’ kon. Hij ging op reis en bedacht een plan voor een wereld-basisinkomen. Econome Annemieke Roobeek voorspelt nu: ‘Een basisinkomen voor iedereen gaat ooit bij onze tijd en de wereld horen.’ Ze ziet daarbij zelfs een rol weggelegd voor de Europese Centrale Bank.
In de Fryslân DOK ‘Denk het onmogelijke’ gaat Brigitta Scheepsma, fractievoorzitter van GroenLinks in de gemeente Tytsjerksteradiel, op zoek naar de mens Pieter Kooistra en zijn ideeën. In het Veerhuis aan de Waal in Varik , waar Kooistra werkte, ontmoet ze Henry Mentink, die het gedachtegoed van Pieter Kooistra levend wil houden. Ze bezoekt Terschelling, waar Pieter Kooistra een alternatieve vakantiekolonie opzette. Voormalig geliefde Trees Niekus vertelt over deze gedreven man: ‘Hij was niet te stoppen.’
In deze coproductie van Stichting Beeldlijn Groningen en Fryslân DOK wordt het fanfareorkest van Grijpskerk gevolgd. In voorbereiding op het Wereld Muziek Concours laat het orkest een op de documentairefilm Shoah (1985) geïnspireerd muziekstuk componeren door Rob Goorhuis. Geleidelijk aan worden componist, dirigent Andries de Haan en leden van het orkest gegrepen door het onderliggende verhaal van een van de weinige Joodse overlevenden van het vernietigingskamp Chelmno in Polen: Simon Srebnik. De muziek vertelt een verhaal dat groter is dan ze kunnen bevatten: de onbegrijpelijke vernietiging van de Joden. De film ging in première op het Noorderlijk Filmfestival in Leeuwarden in 2017 en was in november van dat jaar te zien bij NPO2 en Omrop Fryslân.
Missy Slagge
Fryslân DOK
De Friese zendeling Jaap van Slageren kwam in 1963 aan in Kameroen om daar tot 1974 voor de protestantse kerk te gaan werken. Zijn vrouw Tinie en zijn vier maanden oude zoon Anne vergezelden hem en twee jaar later werd het gezin uitgebreid met een dochter: Krista. Terwijl Jaap een gewaardeerd boek schreef over de kerkgeschiedenis van Kameroen, stuurde Tinie wekelijks brieven naar Nederland. Later verwerkte ze deze in een persoonlijk dagboek. In 2015 keerde Anne, historicus en filmmaker, met zijn vader en zus terug naar Kameroen. Na vijftig jaar vraagt hij zich af wat hun verblijf daar heeft betekent voor de mensen daar en voor henzelf. Tinie, de moeder, is overleden, maar heeft een belangrijke rol in de film, met dank aan oude dia’s, bandrecorder opnames en fragmenten uit haar brieven.
De documentaire ging in november 2015 in premiere op het Noorderlink Filmfestival en was vervolgens in december van dat jaar in twee delen te zien op NPO2 en bij Omrop Fryslân.